Logeion Dots
Brace
People
Wat zijn Beroepsniveauprofielen?
Een dynamisch vak, een duidelijke norm
BNP’s samengevat
De niveaus
Per cel (kerntaak/niveau)
De Zelftest
De toepassing van het model

Wat zijn Beroepsniveauprofielen?

De Beroepsniveauprofielen (BNP’s) van Logeion beschrijven 6 kerntaken en 6 niveaus waarop de communicatieprofessie wordt uitgeoefend. Elk vakje beschrijft de benodigde kennis, kunde en vaardigheden.

Een dynamisch vak, een duidelijke norm

Het communicatievak ontwikkelt zich in sneltreinvaart; zowel in de breedte als in de diepte.
De nieuwe BNP’s reiken het juiste houvast voor de professionalisering van het vak, passend bij de uitdagingen en vragen van opdrachtgevers, organisatie en samenleving. Zij bieden een duidelijke norm.

De communicatieprofessional krijgt met dit model een nieuw perspectief op zijn professionele ontwikkeling. Hiermee ontdek je als professional op welk niveau met welke kerntaken jij functioneert. En wat nodig is om naar nieuwe functies toe te groeien.
Daarnaast reikt het model ook handvatten aan voor bedrijven, overheden, bureaus en onderwijsinstellingen voor het opstellen van een onderwijs-, functie- of competentieprofiel, de inrichting van een communicatieafdeling of om persoonlijke ontplooiingsprogramma’s samen te stellen.

Met de nieuwe BNP’s kunnen opdrachtgevers de impact van hun communicatie vergroten door scherper op de professionaliteit van de communicatieprofessionals te toetsen.

BNP’s samengevat (bekijk de video)

Het huidige BNP-model omvat:

Kerntaken

Het BNP onderscheidt zes kerntaken. Een kerntaak is.

Analyseren:  In kaart brengen
Adviseren:  Organisaties communicatiever maken.
Creëren:  Iets doen ontstaan.
Organiseren:  Zorgen voor ontmoetingen.
Begeleiden:  Mensen communicatiever maken.
Managen:  Leiden en bewaken van het communicatieproces.

De niveaus

Het BNP-model onderscheidt zes niveaus, waarbij ‘CP’ staat voor ‘Communicatieprofessional’. Het niveaus sluiten aan bij de Europese regelgeving op dit gebied, het zogeheten European Qualifications Framework (EQF).

De niveaus zijn als volgt te beschrijven:

CP1:  Nauwkeurig aangestuurd werken onder begeleiding van iemand binnen de eigen (communicatie)afdeling.
CP2:  Zelfstandig werken in opdracht van iemand binnen de eigen (communicatie)afdeling.
CP3:  Opdrachten uitvoeren met vooraf gedefinieerd resultaat door iemand van buiten de eigen afdeling.
CP4:  Meepraten over het resultaat van jouw werk met iemand van buiten de eigen afdeling.
CP5:  Het resultaat vaststellen voor een probleem van iemand van buiten de eigen afdeling.
CP6:  Het probleem agenderen voor mensen van buiten de eigen afdeling / vak verder helpen.

Dit alles resulteerde in het BNP-model. Hierin kun je zien wat de achterliggende criteria zijn bij de verschillende niveaus, kerntaken en de daarbij behorende kennis, vaardigheden en te realiseren resultaten.


Per cel (kerntaak/niveau) wordt beschreven:

Wat doe ik?  Dit zijn de handelingen die je geacht wordt te kunnen uitvoeren.
Waar kun je dat aan zien?  Dit is de opbrengst (output) van deze kerntaak/niveau. Het beschrijft wat men van je kan verwachten en waarop men je kan afrekenen.
Wat kan ik?  Hier staan enkele typische producten als voorbeelden genoemd. Zij geven een indicatie van de communicatieproducten op dit niveau. Uiteraard bestaan er meer producten.
Kennis  Deze bestaat uit 4 soorten kennis.
Feitelijke kennis:
Kennis van de basiselementen om problemen in het communicatiedomein te kunnen oplossen, bijv. kennis van terminologie en kennis van communicatiemiddelen.
Conceptuele kennis:
Kennis van de samenhang tussen de basiselementen in een grotere structuur: kennis van theorieën, modellen, concepten, classificaties of generaliseringen.
Procedurele kennis:
Kennis van de wijze waarop men systematisch een probleem moet aanpakken (know how) en hoe men die aanpak onder controle houdt en evalueert. En kennis van criteria om te beslissen wanneer welke procedures moeten / kunnen worden gevolgd.
Meta-cognitieve kennis:
Kennis of bewustzijn van eigen kennis(niveau): weten wat je wel en wat je niet weet.
Complexiteit  Het BNP-model maakt een onderscheid naar de complexiteit van de omgeving. Deze kan laag complex, gemiddeld of hoog complex zijn. Dit geeft aan dat de context waarbinnen je een communicatiefunctie vervult van invloed is op de gewenste competenties.

De Zelftest

Met de quickscan krijgt u snel inzicht in het gemiddelde niveau van jouw huidige functie. De gedetailleerde scan levert een nauwkeuriger beschrijving van het niveau per kerntaak. Klik daartoe op jouw resultaat en je ziet de competentie beschrijving van het BNP-model.

De toepassing van het model

Het model kent vele toepassingen. Enkele daarvan zijn:
  • Opstellen van een persoonlijk Groeipad.
  • Opstellen van een carrièrepad in jouw organisatie.
  • Samenstelling van een communicatieafdeling: als hoofd van een communicatieafdeling een scan van jouw huidige medewerkers maken.
  • Vaststellen van de gewenste (benodigde) set aan kennis, kerntaken en kunde om daarmee de organisatie/communicatiedoelstellingen te bereiken.
  • Benoemen van de opleidingsbehoefte: maak een vergelijking tussen de huidige en de gewenste kerntaken en niveaus en bepaal op welk vlak bijscholing/coaching wenselijk is;
  • Inhuren bureaus of samenstellen van projectteams: bepaal welke kerntaken en niveaus nodig zijn voor de inhuur of bij het uitvoeren van het project. Hier kun je met de samenstelling van een team rekening houden.
  • Functiehuis en waardering; het model biedt een handvat om functies in te schalen door deze te koppelen aan waarderingsschalen.
  • Opstellen van vacatures: per kerntaak kun je het gewenste niveau bepalen. En daarmee kun je de functievereisten selecteren voor de vacaturetekst.